Vogels in de tuin; hoe meer hoe leuker! II

19 augustus 2016 | Categorie: Natuurlijke-tuin , Beplanting , Ecologie-rijk , Diervriendelijk , Duurzaam

In deel één van deze serie vertelden we al dat een vogelvriendelijke tuin voldoet aan de zogenaamde vier V’s, namelijk voedsel, veiligheid, voortplanting en variatie. Door het creëren van een goede structuur in de tuin met een gevarieerd ‘landschap’ is het heel makkelijk om al deze V’s aan de vogels te bieden.

Zo kun je gebruik maken van verschillende aspecten, zoals begroeide gevels en hoge en lage begroeiing om, wat ze bij de vogelbescherming ‘gelaagdheid’ noemen, tot stand te brengen. En daarnaast maak je onze gevederde vriendjes heel blij met een takkenril of zelfs een speciaal vogelbosje.

Gelaagdheid

Verschillende soorten beplanting in de tuin (variatie)in de vorm van bomen en struiken, en hoge en lage planten bieden de vogels voedsel en veiligheid en een goede nestplaats (voortplanting). Dus door op het gebied van groen te kiezen voor voldoende variatie en zowel hoge als lage soorten, biedt je al heel veel van de vier V’s. Veel vogels voeden zich met insecten die in het bloeiseizoen te vinden zijn bij de bloemen in je tuin, en later onder afgevallen blad of in rommelige hoekjes. Verder eten ze ook graag bessen, vruchten en zaden. Doornige en/of dichte struiken bieden een goede vlucht- en nestelplaats.

Maar je kunt ook gelaagdheid in de tuin aanbrengen op een andere manier; namelijk in de vorm van tuinopbouw. Dan denk je in termen van bijvoorbeeld een begroeide schutting,  muur of gevel, een vijver of stapelmuurtje. Mussen scharrelen graag op de grond rond op zoek naar insecten en een leeg, zanderig stukje, liefst op een beschutte plek, wordt gebruikt als stofbad. Een vijver levert drinkwater en trekt insecten aan. Een begroeide tuinmuur, bijvoorbeeld met klimop en braam, is een ideale plek om te nestelen voor, onder andere, merels en vormt een bron van voeding. Ook een takkenril wordt door veel vogelsoorten gewaardeerd. Bedenk dat hoe meer variatie je in je tuin aanbrengt, hoe meer vogels er zich thuis zullen voelen!

Takkenril

Als tuinbezitter moet je uiteraard regelmatig snoeien en dan moet je besluiten wat je met het snoeihout gaat doen. Een takkenril is daarvoor een ideale oplossing. Je hoeft niet te versnipperen of het hout af te voeren. Het biedt vogels en andere beesten een schuil- en voederplaats. Een takkenril is een soort wal die gecreëerd wordt door het snoeihout tussen verticale, in de grond geslagen palen, op te stapelen. De takken en het blad dat er nog aan zit, trekken insecten, schimmels en zwammen aan die het hout langzaam verteren. En zo vormt de ril een gevarieerde, altijd vochtige leefomgeving die een voedselbron vormt voor diverse vogelsoorten en aantrekkelijk is voor kleinere vogeltjes, bijvoorbeeld mussen, roodborstjes en winterkoninkjes, omdat zij er graag in nestelen. Ook voor andere dieren is de ril een goede schuilplaats. Denk bijvoorbeeld aan amfibieën of egels die er een goed plek vinden om te overwinteren.

Aanleg en onderhoud

Om de wal toegankelijk te maken is het belangrijk dat het een open structuur heeft en behoudt. Dit bereik je door bij de aanleg te beginnen met wat grote takken en stammen die een goede, stevige basis vormen. Zorg dat de wal voldoende groot is; zo tussen de 75 en 100 cm breed, 150 cm hoog en minstens 3 meter lang.  Door het verteringsproces en de zwaartekracht zakt de ril na verloop van tijd in en zal zonder onderhoud dan ook uiteindelijk vergaan. Daarom moet de ril regelmatig opgehoogd worden met nieuw snoeihout. Maar doe dit met de nodige voorzichtigheid zodat je zo weinig mogelijk verstoort, zeker tijdens het broedseizoen.

Vogelbosje

Als je voldoende ruimte hebt in de tuin, kun je een speciaal vogelbosje aanleggen. Plant hogere, slankere boomsoorten zoals lijsterbes, els en berk en wissel dit af met lagere heesters, zoals de meidoorn, hazelaar, sleedoorn en Gelderse roos. Zorg voor bodembekkers of kruiden op de bodem. Zo creëer je een heel gevarieerde leefomgeving die diverse vogelsoorten aantrekt; roodborst, merel, tjiftjaf en diverse mezen- en vinkensoorten zullen er graag komen.

Het vogelbosje kost maar weinig onderhoud want het is goed de natuur zoveel mogelijk haar eigen werk te laten doen. Maar, als een van de snel groeiende soorten gaat overheersen, moet je wel ingrijpen. Laat afgevallen blad lekker op de bodem liggen en eventueel snoeihout leg je natuurlijk in je takkenril!

Meer vogels in je tuin

Als je met bovenstaande factoren voor wat betreft de structuur rekening houdt wanneer je jouw tuin gaat ontwerpen of herinrichten, is het helemaal niet moeilijk om de vier V’s voor elkaar te krijgen en zal je snel merken dat er veel meer vogels in je tuin komen!