Kleur je tuin met vlinders

31 maart 2016 | Categorie: Lente , Ecologie-rijk , Diervriendelijk

Vlinders zijn beestjes die iedereen tot de verbeelding spreken. Het hele proces van rups en pop, tot uiteindelijk een prachtige vlinder is heel bijzonder.

De vleugels hebben vaak de meest prachtige kleuren en patronen en het gefladder om de bloemen voegt een lichte, vrolijke noot toe aan je tuin. Er zijn vele verschillende soorten en het is een uitdaging om ze te onderscheiden. Als er een keer een bijzondere soort op een bloem in de tuin is neergestreken, voelt dat als een beloning. Kortom, vlinders in de tuin zijn leuk!

Wil je meer van deze kleurrijke fladderaars naar je tuin lokken? Dat kan. De stappen die je daarvoor moet nemen, zijn eigenlijk heel eenvoudig en bovendien zorg je daarmee tegelijkertijd ook goed voor de bijen en diverse insectensoorten. Hieronder vertellen we je er meer over.

Maak van je tuin een buffet voor vlinders

Het voedsel van de vlinder bestaat uit nectar; de zoete stof die ze uit de bloemen opzuigen. In principe eet de vlinder de nectar van alle bloemen, maar uiteraard smaakt elke bloem weer anders. De kleurrijke zoetekauw heeft wel een duidelijke voorkeur voor bepaalde soorten, zoals de bekende vlinderstruik (Buddleja Davidii). Maar ook met andere planten kun je ze heel goed naar je tuin lokken!

Voorbeelden van echte vlinderlokkers zijn:

Winterheide (Erica Carnea), Sneeuwbal (Viburnum), Judaspenning (Lunaria Annua), Lavendel (Lavandula), Vlinderstruik, IJzerhard (Verbena), Hemelsleutel (Hylotelephium telephium of Sedum), Herfstaster (Aster) en Klimop (Hedera). Met deze planten biedt je het gehele jaar door een feestelijk nectarbuffet voor de vlinders!

Voer voor de rupsen

Maar voordat de vlinder zijn tere vleugels uit de pop vouwt, moet hij zich eerst vol eten als rups. Daar heeft hij een volledige dagtaak aan en daarom moet je ook zorgen voor voldoende rupsenvoer in je tuin. Waar de vlinder niet al te kieskeurig is als het op voeding aan komt, eet de rups vaak maar van één soort plant. Hieronder zie je een overzichtje van de meest voorkomende vlindersoorten en het bijbehorende voedsel dat de rups eet. 

  • Atalanta: brandnetel
  • Boomlauwtje: hulst, klimop, kattenstaart, struikhei, vlinderstruik en wegedoorn
  • Icarusblauwtje: klaver (diverse soorten)
  • Citroenvlinder: wegedoorn en vuilboom
  • Dagpauwoog: brandnetel
  • Distelvlinder: distelsoorten, kaasjeskruid, brandnetel
  • Gehakkelde Aurelia: brandnetel, aalbes, hop en iep
  • Kleine vos: brandnetel
  • Koolwitje: kool en kruisbloemigen (koolzaad, Oost-Indische kers en damastbloem)
  • Koninginnepage: loof van wilde peen en wortel, venkel en dille
  • Klein geaderd witje: kruisbloemigen, bijvoorbeeld pinksterbloem en look-zonder-look
  • Oranjetipje: pinksterbloem, look-zonder-look en judaspenning
  • Zandoogje: grassoorten
  • Kleine vuurvlinder: schapenzuring, veldzuring
  • Kleine parelmoervlinder: (akker)viooltje

 

Andere punten van aandacht 

Vlinders zijn echte zonaanbidders. Dit komt doordat ze zichzelf niet op kunnen warmen en die warmte hebben ze wel nodig om te kunnen vliegen. Zet je vlinderlokkers daarom bij voorkeur op zonnige, beschutte plekjes en creëer ook andere plaatsen (bijvoorbeeld een muurtje) waar ze lekker in het zonnetje en uit de wind kunnen zitten. Ook is het belangrijk om de tuin niet al te netjes te houden; vlinders (en ook andere insecten) zoeken  beschutting tegen de wind en de koude;  uitgebloeide planten, hoopjes bladeren e.d. zijn daarvoor prima geschikt!

Variatie in de tuin, door bijvoorbeeld hoogteverschillen en diverse soorten (bomen, heesters, planten) begroeiing, maak je de tuin aantrekkelijk voor de vlinder. Hij herkent de omgeving en vindt de weg namelijk aan de hand van dit soort kenmerken van een tuin. 

In de winter overleeft elke soort op zijn eigen manier. Sommige vlinders vliegen naar warmere oorden in het zuiden. De meeste soorten (en ontwikkelingsstadia) verschuilen zich echter als eitjes, pop of rups in een beschut plekje in de tuin. Ook nu is het wederom belangrijk om de tuin niet al te netjes te houden en te zorgen voor geschikte plekjes om te schuilen. Planten, uitgebloeide stengels, tuinstrooisel, afgevallen bladeren, gras en zelfs de grond zijn allemaal geschikte schuilplaatsen die ervoor zorgen dat de vlinder graag in je tuin overwintert zodat hij in de zomer zorgt voor een vrolijke, kleurige tuin!

Nog een laatste tip; doe aankomende zomer mee met een vlindertelling! Je kunt je bij de Vlinderstichting aanmelden.